Wandelen in de natuur lijkt op een wandelen in zichzelf. Paden vormen zich door geregeld ergens langs te komen. Op dezelfde wijze ontstaat de weg naar ons hart door het telkens weer op te zoeken. Trouw is een basisvoorwaarde hier. Immers: de grond in de buurt van het hart is zó vruchtbaar dat wegen eromheen de neiging hebben snel dicht te groeien.
Wie niet trouw de weg naar het hart bewandelt, geraakt na een tijd de weg kwijt.
Bron: Erik Galle, In de leer bij de monnik. Monastieke accenten in het dagelijks leven.